Milites Francorum

Onze Karolingische burgers en soldaten zijn een groep vrije mensen (en enkele slaven) in de regeerperioden van Karel de Grote, Lodewijk de Vrome en Lotharius (768 - 855), ook wel bekend als "De vikingtijd". De vroege middeleeuwen lopen ongeveer van het einde van de 5e eeuw (de val van het Romeinse rijk) tot het einde van de 11e eeuw (De Normandische overname van de Britse eilanden).


In deze periode waren alle vrije mannen verplicht, indien nodig, onder de wapenen te komen. Hun uitrusting moesten ze grotendeels zelf bekostigen indien mogelijk. Er werd echter vaak materiaal ter beschikking gesteld vanuit het centrale administratieve punt voor de dienstplicht: de kerk.  Arme vrije boeren moesten gezamenlijk de uitrusting voor een van hen betalen.


Kern van de uitbeelding zijn beroepssoldaten die eigenlijk de voorloper zijn van de latere feodale ridder. Rond deze tijd beginnen de Vikingen West-Europa te bedreigen. Een leger van beroepssoldaten in onze streken was dus nodig ter bescherming van de grenzen en kuststreken. De uitrusting bestaat uit een zwaard, sax (een groot mes), groot rond schild, vleugellans, spangenhelm, maliënkolder, slinger en eventueel een handboog.  Men hoeft niet direct de  volledige uitrusting aan te schaffen. Men kan ook als vrije militieman, onvrije boer of slaaf deelnemen. De uitbeelding kan zo moeilijk en zo duur maken als je zelf wilt.


Getracht wordt het leven en de vechtmethoden uit deze tijd, zoals de schildmuur, te reconstrueren. Dit doen wij aan de hand van originele afbeeldingen, hoogmiddeleeuwse fechtbücher,  eigen experimentatie en laat-Romeinse, Byzantijnse en Karolingische geschriften zoals Vegetius' Epitoma rei Militaris,  Strategikon Mauritius en de werken van Rhabanus Maurus.


Wij zijn in staat om met enige aanpassing de gehele vroegmiddeleeuwse periode uit te beelden en beperken ons niet per sé tot de negende eeuw. Voor sommige evenementen passen wij onze materialen aan naar de elfde eeuw.